van Raoul Jacobs

Vrijdag 13 januari

Zodra het licht wordt starten de motoren. De organisatie wil zoveel mogelijk van het daglicht gebruik maken en de eerste bindingsroute wordt dan ook vaak in het donker gereden.

Vandaag hebben we een rotsachtige piste en moeten we twee bergen over. Na vijftig kilometer houdt de stuurbekrachtiging ermee op, zodat ik 300 kilometer zonder stuurbekrachtiging rijdt. Ik heb nu opgeblazen armen en ga zo meteen maar eens naar de massagetent van de organisatie.

Er wordt vandaag een kind doodgereden. De organisatie deelt in de dorpen strips uit, waarop getekend wordt uitgelegd wanneer je veilig bent. In het bivak komen veel auto’s met schade binnen. Er is veel verkeer op de weg en veel begroeiing. 

Sjamp heeft de verbindingsroute na de proef gereden. Dat doet hij wel vaker, kan ik een beetje tukken. Sjamp en ik slapen vijf a zes uur per nacht, met af en toe een nachtje van drie uur er tussen. Mij valt het mee qua vermoeidheid. De monteurs moeten na een dag rijden nog aan het werk. Wij gaan de route voorbereiden en slapen om de volgende dag weer 6 a 7 uur geconcentreerd te kunnen sturen. Het gaat hard hoor. Als je wel eens als toerist door Afrika hebt gereden moet je voorstellen dat je in een rally minstens twee keer zo hard over de onverharde paden rijdt.

Ik wil dat het stuurhuis vanavond wordt gemaakt. Remco heeft het gehad en zegt: rij maar met het kapotte stuurhuis naar Dakar. Ik wil de anderhalf uur voorsprong op Van Deijne vasthouden, wordt kwaad op Remco en roep: jij hebt twee dagen niks gedaan. Waarop er weer een heftige woordenwisseling volgde. Ik heb het serviceteam duidelijk gemaakt dat ik verwacht dat onze monteurs ook aan onze auto sleutelen. De stemming is wel even gedaald tot het nulpunt, maar het stuurhuis wordt nu gemaakt.

Dakar is anders dan ik had gedacht. Er zijn een aantal soorten rijders. Je hebt een groep die in Dakar wil aankomen. Dat is best een grote groep. Dat had ik niet verwacht. Die rijden als “toeristen” en komen dagelijks zo’n 2 tot 3 uur later dan wij binnen. Dan heb je degenen die aan willen komen maar ook nog een beetje hun best willen doen. Daar horen wij bij. Daaronder heb je ook een groep die het willen opnemen tegen de fabriekrijders. Dat gaat niet en die rijden zich dan ook kapot. De rijders van de fabrieksteams is een apart volk: je ziet ze niet en ze bemoeien zich totaal niet met de rest van het deelnemersveld. Dan heb je nog de Russen. Dat is helemaal een apart volkje. Die spreken geen woord Frans of Engels en het zijn enorme horken. En je hebt Koen Wauters… Gisteren hield hij Bob ten Harkel een kwartier op doordat hij vast stond in een doorwading. Bob gaf hem een sleepje waarna hij vaststond en zijn beurt vroeg om een sleepje. Waarop Koen antwoordde: ‘sorry, kan niet, ik heb tweewiel-aandrijving, waarna hij gas gaf en wegreed.

Op het moment dat je start vinden er wat wisselingen in posities plaats, je haalt in, wordt ingehaald, maar als je eenmaal rijdt dan probeer je uit het stof van je voorganger te blijven en voor degene die achter je zit. Onze tactiek is momenteel om niet in het stof van anderen te rijden. Als we dat wel doen krijgt Sjamp last van z’n lenzen. Ik denk dat we zo rond de 30e plek in een lekker tempo rijden. Soms ontkom je er niet aan hoor. Dan wil je toch iemand inhalen, of zit je na een klein navigatiefoutje weer achter de zes auto’s die je net hebt ingehaald.

Vandaag bleek maar weer hoe belangrijk het roadbook is. Met 120 km p/uur reed ik over een betonnen randje. Het stond er in, maar Sjamp las het te laat. We kwamen met vier wielen los. Dat is zo’n moment dat het ook fout kan gaan. Meestal heb ik die momenten wel een keer per dag: vaak zo’n 50 km na de start. Dan ben ik fanatiek begonnen en wordt er op die manier aan herinnert om het iets rustiger te doen. Ondertussen rijden we met een bepaalde groep auto’s in een bepaald tempo. Niet te gek. Niet over de limiet. Bij iedere situatie die ik niet overzie rem ik even af. Een Mitsubishi fabrieksauto kan er vol overheen, maar wij niet.’

Je hoort heel weinig in het kamp. Je moet echt zelf op zoek gaan naar de uitslag van de proef. 

Er wacht ons morgen nog een dag met zand en schelpen. Zondag is ook nog een wedstrijddag, maar dan bestaat de wedstrijdetappe uit 30 km, een rondje rond het Lac Rose in Dakar zelf.  De klassering van morgenavond is de eindstand. Wij gaan er voor om als 2e Nederlandse auto te finishen. En met wij bedoel ik: Remco, Marcel, Sjamp en ik!

Donderdag 12 januari

 

Vandaag is de marathonetappe. Dat wil zegen dat er vanavond geen service verleend mag worden. De eerste verbindingsroute rijden we in het donker. De route bestaat uit lange rechte stukken waar je 160~170 km p/uur kan rijden. Verder zij het oranje wegen, Baobab bomen, gebergten en stenen. Guinee is superarm. Er is geen elektriciteit. Mensen zitten met een vuurtje voor hun hut. Ze zijn hier superenthousiast. In Senegal is men gewend aan de rally. In Guinee komt de rally voor het eerst langs na 10 jaar. De mensen staan rijendik langs de kant in prachtige gewaden. Ze zingen en dansen. Het is een hele happening.

   

   

(c) Michel Maindru

Tijdens de verbindingsroute naar het kamp zien we een Italiaan van zijn motorfiets vallen. Hij ligt in het gras. We stoppen om hem overeind te helpen. Hij was op zijn motor in slaap gevallen. Hij rijdt in onze achterlichten naar het bivak. Die mannen hebben het echt zwaar. Ik heb wel echt respect gekregen voor de motorrijders van Dakar.

Er is een summier kamp. De T4 vrachtwagen van ons Engelse serviceteam rijdt in de wedstrijd en staat ook in het kamp. Zij hebben een kistje met gereedschap voor Sjamp en mij. We sleutelen een beetje, maar er is niets ernstigs stuk en we zijn doodmoe. 

 

Remco belt Erwin (Homebase Holland) vandaag via de sat. De monteurs hebben het zwaar. Hij heeft dertien uur slaap gehad in de afgelopen vijf dagen. Vanwege de vermoeidheid is hun vrachtwagen van de weg gereden en hebben een kameel door de voorruit gehad. Remco en Marcel moesten de afgelopen dagen soms 20 uur rijden met de zware truck vol onderdelen om daarna nog hele nachten door te sleutelen. Slapen in een vrachtwagen die door metersdiepe kuilen stuitert, lukt bijna niet.

 

Woensdag 11 januari

De service is een puinhoop. Het Engelse Go-raid serviceteam waar wij een plek bij inhuren onderhoudt vijf Bowlers. Vandaag crashen er daar drie van op een verbindingsroute en een in de wedstrijd. In een daarvan zit de baas van Go-Raid als bijrijder en die wordt natuurlijk voorgetrokken. Op zich doet hun Bowler het ook erg goed hoor (de rijder is een Noor die 18e staat). Om service te verlenen gaan de vrachtwagens naar ze op zoek. Remco gaat mee met een vrachtwagen vol Engelse spullen om te helpen bij de repatriëring en is twee dagen weg. Daardoor staat Marcel vanavond alleen te sleutelen. De vooras lekt olie. Het Off-Road Adventures Rally-Team betaalt 45.000 euro voor Marcel, Remco en ruimte voor onderdelen. Dan moeten ze er wel zijn voor het eigen team en niet door de Engelsen worden ingezet voor andere zaken. Marcel loopt op zijn wenkbrauwen. Als ik boos wordt komt er een Engelse monteur helpen.

HP zit in de snelle servicewagen van een vrachtwagenteam en moet mee om een vrachtwagen met een gebroken vooras naar Dakar te brengen. Hij neemt afscheid van ons in Bamako. We zien hem pas weer in Dakar. Henry is het bivak uitgekickt. Hij had het polsbandje van Evert Kroon, waarmee hij het bivak in en uit kon, maar wordt gesnapt aan het buffet en is eveneens onderweg naar Dakar.

 

Dinsdag 10 januari, Kiffa - Kayes (Mali)

Remco en Marcel hebben de schade die de koe had aangericht volledig verholpen. De Bowler staat er weer als nieuw bij!


We hebben een straftijd van drie uur aan ons broek gekregen en staan opeens 102e in het klassement. Sjamp is bezig om de beslissing aan te vechten. Iemand had gisteren tegen ons gezegd: je kunt de code openen en dan heb je alle waypoints... Sjamp heeft dat inderdaad geprobeerd en allerlei knopjes ingedrukt maar we hebben de code niet gekregen. Maar omdat we er aan gerommeld hebben, hebben we nu dus wel drie uur straftijd gekregen! Moet terug te draaien zijn.


Er heerst een bedompte sfeer in het kamp. Er kan niets geregeld worden en iedereen is down, vanwege het overlijden van Andy Caldecott.


Om 13.00 uur plaatselijke starten we op een special van 333 kilometer, maar over bar slechte wegen met stenen en enorme kuilen, dus de verwachting is dat we weer
vannacht pas binnenkomen.


Ik ging net tanken en moest mijn raam dichtdraaien omdat er dertig zwarte kindertjes stonden te bedelen. We zijn duidelijk de Sahara uit en zwart Afrika binnengereden. In 2000 zijn Linda en ik, samen met Jerre en Willem, in twee Landrovers door Libië,
Algerije, Mali en Senegal gereden.


We deden er toen acht weken over van Amsterdam naar Dakar.


We rijden zo meteen Mali binnen. Het gebied komt me nu al bekend voor: het landschap is al aan het veranderen: oranje paden en meer begroeiing. Nog even en dan zitten we in de jungle en tussen de wilde dieren.

 

 

LJX_0198  LJX_0201

Foto's van etappe 8 (c) TCCF

Maandag 9 januari Nouakchott – Kiffa (Mauritanie)

De aandrijflijn is er stevig inschroeft door Remco en Marcel en de Bowler rijdt vandaag weer als de brandweer. De etappe van vandaag is 599 km en  daarmee de langste van de wedstrijd.


Vorig jaar overleed motorrijder Fabrizio Meoni op dit traject en dit jaar komt Andy Caldecott om het leven. Wij kennen de man niet. De emoties binnen ons eigen team vieren hoogtij.


Wij rijden er vandaag 12,5 uur over. We komen om een uur ’s nachts als vijftigste auto over de finish. De laatste tweehonderd kilometer rijden we in het donker door de zandduinen. En dat met – nog steeds - 1 mistlamp (de reservespullen komen morgen aan...). Onderweg zien we motorrijders huilen en uitgeputte deelnemers die naast hun auto een broodje zitten te eten. Veel mensen kunnen niet meer en geven op. Het is vandaag echt een slagveld


Het was voor het eerst dat ik zelf ook dacht: nou, nu mag de finish wel komen. Met het bivak in zicht reden we met 140 km p/uur op een open vlakte een koe dood. De hele voorkant van de auto lag er af! Dat komt dan toch omdat je helemaal aan het einde van de proef niet meer helemaal geconcentreerd bent.


Aan het einde van de dag staan we 49e in het algemeen klassement, en zijn we 3e van de Nederlandse auto-equipes (Ten Harkel en Leyds voor ons) 

Zondag 8 januari, Rustdag Nouackchott


‘Remco en Marcel vervangen vandaag de hele aandrijflijn. Koppeling versnellingsbak en tussenbak. Zodat we er morgen weer tegenaan kunnen met goed materiaal. Morgen wordt het de langste en zwaarste etappe, zeggen ze. Dan gaat de auto ’s avonds in parc fermee en mag er niet meer aan gesleuteld worden. Je rijdt dus twee dagen achter elkaar zonder service. Als we die overleven kunnen we kamers boeken in Dakar.’

Onderstaande foto's van Jaap van de Sar (Auto Motor en Sport) vandaag genomen tijdens de rustdag in het bivak.



Vervangen van de aandrijflijn, tussenbak en versnellingsbak.


Raoul zelf aan het werk!

Zaterdag 7 januari, 8e etappe Atar - Nouackchott


DSC_2462
(c) TCCF

Marcel en Remco sleutelen tot 06.00 uur ‘s morgens. Remco denkt dat de koppelingsplaat krom is. Die heeft het team wel als reserve bij zich, maar er is geen tijd om die te vervangen. Met een auto waarvan de koppeling nauwelijks te gebruiken is moeten we nog 508 km piste door zien te ploegen.

Raoul: ‘Er zijn twee opties. Of starten, de proef uit, omrijden en afmelden bij de finish met veel straftijd. Maar: dan neem je het risico dat je er uit ligt. Of je wordt gediskwalificeerd, hangt af van de willekeur van de organisatie. Als er te veel deelnemers in blijven gooien ze je er uit. De andere optie is: zonder koppeling de zwaarste etappe van Dakar in. Sjamp dringt aan op de eerste optie. Ik wil strijdend ten onder. De dood of de gladiolen! Het is een emotioneel moment, net als in 1995 tijdens de Warn Trophy in Marokko – met het diff dat Marton er uit wilde halen terwijl wij (ik) nog verder wilde. Het wordt een woordenwisseling die hoog oploopt. Hans-Peter (onze fotograaf) fungeert als onze mental coach. Hij is top. We huilen even uit in zijn armen en GAAN.

Het wordt inderdaad een gevecht tegen de elementen. Schakelen zonder koppeling is op de weg al moeilijk en nu moeten we dat in de zandduinen doen. Op een gegeven moment staan we zo vast in de zandduinen dat ik het idee heb dat we er nooit meer uit komen. We lopen naar de hoogste top en zien om ons heen alleen maar duintoppen, duintoppen en duintoppen, voor zover we kunnen kijken. En om ons heen wel tien deelnemers met goed functionerende auto’s die er ook niet uit komen. Met een geleende satelliettelefoon bel ik Remco. Ik geef hem ons waypoint door met de mededeling dat we hier nooit meer weg komen.

Samen met Sjamp ga ik op een top zitten. We pakken ons lunchpakketje uit en zitten daar en kwartier. Dan zeg ik: ‘Sjamp. We gaan gewoon nog een  poging wagen. De versnellingsbak zit vast. We kunnen ‘m niet eens meer starten. Als we de auto helemaal uitgraven, en de wielen los zijn, komt ‘ie wellicht uit z’n versnelling...rijplaten eronder, starten in z’n drie laag en gaan... Zo gezegd, zo gedaan.. We hebben maar 1 kans. Als het lukt zijn we nog in de race. ...

Sjamp duwt. Ik start... Hij gaat ....en vol gas (even de regels vergeten) - ik had de route al helemaal in m’n hoofd - en ja hoor, rijden we er in een keer uit! Er volgen twee kilometer duintoppen. Sjamp moet wel met de rijplaten en twee scheppen dat hele eind lopen, maar dat heeft ‘ie er graag voor over. Eenmaal op het verharde zand bellen we onze back-up truck om door te geven waar we staan. We mogen de satelliettelefoon die we hadden geleend van Rene Metge (een beroemde Dakar held uit het verleden) houden. Hij zegt: ‘die kon je nog wel eens nodig hebben, zonder koppeling.’ Dat is pas team spirit!!!

We willen de hoge zandduinen niet in zonder de servicetruck direct achter ons. Zodat die ons los kan trekken zodra we vast komen te staan. In de zandduinen kiest ieder zijn eigen spoor, dus de kans dat de truck niet achter je zit is groot en die zekerheid hebben we wel nodig. Maar de volgende reeks duinen nemen we zonder vast te zitten. We drukken het gaspedaal in en rijden de volgende tweehonderd kilometer hard door om zoveel mogelijk kilometers in het daglicht te rijden. In het donker missen we CP 2 maar we gaan toch niet meer voor de klassering vandaag en ik voel dat de versnellingsbak steeds slechter wordt, dus er is ook geen tijd om te gaan zoeken. We willen naar de finish en rap wat.

In het stof van een vrachtwagen voor ons rij ik te hard een gat in. De auto slaat af en we zitten vast. KUT! Nog vijfenveertig kilometer tot de finish. In laag start ik de auto en komt hij er uit maar waarschijnlijk heeft de bak hier zijn laatste dreun gehad want bij een volgend sprongetje (daar maak je er honderd van op een dag) breekt de aandrijving. Daar staan we: veertig kilometer voor het eind. We bellen de servicetruck. Die zit op dat moment vijfenzeventig kilometer achter ons. Er rest ons niets anders dan wachten. Tweeënhalf uur, terwijl we toch zo lekker op dreef waren. Maar ja, om half twee nachts komen we in het kamp in Nouakchott aan en WE ZITEN NOG IN DE RACE!!!’

Vrijdag 6 januari, 7e etappe Zouerat - Atar


Volgens de organisatie wordt het een verschrikkelijke dag. ‘Deel de gemiddelde snelheid van gisteren maar door twee en dan heb je een indicatie van de gemiddelde snelheid voor vandaag,’ schrijft de organisatie op hun site. Het belooft een lange dag te worden voor alle deelnemers. In eerste instantie lijkt het er op dat de broers een erg snelle tijd gaan neerzetten. Tot CP 1 wisselen ze constant stuivertje met Chris Leyds. Ze passeren CP 1 als 46e auto! Dan gaat het mis.

Om 17.30 uur wordt Erwin gebeld door Raoul. Er zijn grote problemen. ‘De survival is begonnen. We staan pas halverwege de proef en staan muurvast in de duinen met een kapotte koppeling. Raoul heeft een wagen aangehouden, en hun satelliettelefoon geleend om met een u-bocht constructie - via Nederland - contact te zoeken met de monteurs: Remco en Marcel in de wedstrijd. Erwin krijgt het Engelse serviceteam te pakken en geeft Remco de coördinaten door. Remco weet niet of hij de Bowler kan bereiken.

Om 18.00 uur heeft Erwin Raoul nogmaals aan de lijn. De Bowler heeft een sleepje gekregen van een quad. ‘We rijden het wedstrijdparcours uit, en gaan over het asfalt naar de finish,’ zegt Raoul. ‘Het parcours is zo zwaar dat we met een kapotte koppeling de finish zeker niet zullen halen. De koppeling in het zand vervangen is geen optie. Omdat we op deze manier CP 2 en een aantal waypoints missen, maar er wel voor zorgen dat we over de finishstreep rijden krijgen we wel straftijd, maar zitten we tenminste nog in de wedstrijd.’

Het blijkt een slimme tactiek. Om acht uur ’s avonds zijn er nog maar zestien auto’s binnen: de rest is nog bezig op de proef in de zandduinen van Mauritanië. Het wordt een ware veldslag. En tot de volgende ochtend vijf uur druppelen de teams binnen. In de klassering lijkt het in eerste instantie alsof de broers een enorm goede dag hebben gehad (ze staan opeens 37e), maar als de twee uur straftijd is verrekend zijn ze in het algemeen klassement gezakt naar een 61e plaats.

Donderdag 5 januari, 6e etappe Tan Tan - Zouerat


DSC_2115
(c) TCCF

De start van drie zware dagen in Mauritanië. De dag begint vroeg: de motoren starten al om een uur en de auto’s om drie uur ’s nachts. Met maar 1 verstraler voorop (de nieuwe lamp wordt op de rustdag afgeleverd), rijden de broers 336 kilometer verbindingsroute over asfalt, in het donker. Dan volgt de special van 444 kilometer, waaronder 60 kilometer zandduinen, met afmetingen waar de duinen van Marokko bij verbleken.

Linda sms’t de tactiek van Bu naar Raoul: ‘de komende drie dagen defensief rijden en in de duinen laten zien wat je kunt.’ Die boodschap krijgen ze nog net mee, voordat ze grens met Mauritanië oversteken en alle telefoonverbindingen uitvallen. Remco verwacht er vandaag met de servicevrachtwagen twintig uur over te doen, voor ze bij het volgende bivak zijn!

Op de site van de organisatie zien we dat team 430 om 16.00 binnen komt en dat is goed nieuws, maar waar komt die slechte tijd vandaan? Ze finishen als 8e van de tien Nederlandse auto-equipes. Volgens Allard Kalf zijn de broers geschrokken van het ongeluk van Evert Kroon en Gerard Rond en doen ze het rustiger aan. In Nederland vraagt men zich af wat er tussen CP 1 en CP 2 is gebeurd, want op de IriTrack heeft iedereen kunnen zien dat de Bowler daar lang stil stond... (RTL7 heeft het over koelingsproblemen)...

Voor Thierry Magnaldi is dit zijn eerst etappe overwinning met een auto. Hij rijdt de proef in 2 uur en 55 minuten. Raoul en Sjamp doen er 5 uur en 44 minuten over. In het algemeen klassement zakken ze iets: naar een 58e plaats.

Woensdag 4 januari, 5e etappe Quarzazate - Tan Tan


Vandaag is een beetje een pechdag. Net voor de start gaat de TerraTrip kapot (dat is een gedetailleerde dagteller op de plek van de bijrijder). We hebben gelukkig een reserve. Een paar kilometer in de route krijgen we onze eerste lekke band. En halverwege de proef rijden we vast in de fesh fesh, doordat er een motor vlak voor onze neus stopt. Na tien minuten duwen, graven en scheppen kunnen we weer verder. Tien kilometer voor de finish krijgen we een tweede lekke band. Al met al verliezen we zeker een half uur.

Op de videobanden van de afgelopen zevenentwintig jaar Dakar – die ik uit mijn hoofd ken -  was ik altijd zeer onder de indruk van de machtige landschappen van Afrika. Ik moet zeggen dat die nu volledig aan mij voorbij gaan. Mijn blik beperkt zich tot de dertig meter voor me en ik concentreer me daar zo intens op, dat ik de afgronden in Portugal, de sneeuw in het Atlasgebergte van Marokko en de geweldige vergezichten die de Sahara zo kenmerken totaal niet gezien heb! De organisatie heeft last van de mist in Tan Tan. De vliegtuigen en helikopters blijven lang in Quazazate staan.

De komende drie dagen bepalen wie Dakar haalt, zeggen ze. Wij in ieder geval! We hebben gisteren ons visitekaartje afgegeven (op het boekingskantoor van Off-Road Adventures, bij Erwin en Linda stond de telefoon roodgloeiend vanwege onze 50e positie overall) en we gaan nu voor de finish. De auto doet het geweldig. Hij geeft geen krimp en krijgt toch heel wat voor z’n kiezen. Remco en Marcel houden ‘m dan ook goed bij. Veel lof voor deze twee mannen! Zij gaan het ook zwaar krijgen de komende dagen. De sfeer binnen ons team is heel goed. Hoewel we weinig tijd hebben om te socializen: zodra we aankomen in het kamp briefen we Remco en Marcel, vertellen wat er is gebeurt, zodat zij dat kunnen maken - eten we als het lukt met z’n vieren. Terwijl zij gaan sleutelen gaan wij de dag van morgen voorbereiden en slapen.

Vanavond gaan er andere assen en lockers in (zie het KIJK artikel onder het kopje ‘nieuws’ elders op deze site). Morgen zestig kilometer zandduinen (gisteren waren dat slechts 15 km). We gaan er weer voor.

Dinsdag 3 januari, 4e etappe El Rachidia - Quarzazate


Als ik wakker wordt ligt er ijs op de tent. Ik trek een t-shirt met lange mouwen aan onder mijn raceoverall maar gedurende de dag stijgt het kwik en blijkt dat toch veel te heet te zijn. Na 56 kilometer verbindingsroute volgt een zware special van bijna vierhonderd kilometer. Veel gravelwegen met grote gaten, gevolgd door zandduinen en fesh fesh (heel fijn zand dat enorme stofwolken veroorzaakt). Er vallen veel teams uit. In de duinen hebben we vandaag ons visitekaartje afgegeven. We rijden er doorheen zonder ook maar een keer vast te zitten. Slechts een keer halen we de top van een oranje zandduin niet. Ik zet ‘m in z’n achteruit en neem een lange aanloop. Dat heb ik in 1995 van Rien Rutjens geleerd, vijfvoudig wereldkampioen stockcar racen. Op vlakke stukken gaan we vol gas: 160 km p /uur, harder gaat ‘ie niet, en worden we keihard voorbij gereden door de snellere auto’s.


Foto: Leon Jansen

We hebben ons ritme te pakken. Sjamp is echt goed. Hij is helemaal in z’n element. En superstreng. Als het roadbook aangeeft dat er ook maar enig gevaar dreigt zit hij er boven op. Op bergpaden met enorme afgronden rijden we rustig en zeker niet in het stof van anderen. Ook door een zenuwlijder die achter ons begint te toeteren laten we ons niet gek maken. En als de Marokkaanse bevolking in hun enthousiasme de deelnemers wijzen op een paadje om een stuk af te snijden roept Sjamp tegen mij: ‘terug!’ Het kost ons drie minuten. Later blijkt dat degenen die het stuk hebben afgesneden een controlepost hebben gemist en een forse tijdstraf krijgen. In het gebergte rijden we een keer fout, het kost ons tien minuten om de juist route weer te vinden. In het kamp komen andere Nederlandse rijders naar ons toe om ons te feliciteren. Chris Leyds roept: Hoe doe je dat man, in die zandduinen? Ik zie jullie wielen niet eens spinnen. Ik hoor alleen maar een dieseltje dat doorpruttelt.’ Van de Nederlandse auto’s komen we vandaag als derde binnen en in het algemene klassement staan we na vier racedagen op de 50e plaats.

Foto: Leon Jansen

Als we horen dat Gerard Rond en Evert Kroon zwaar zijn gecrasht en morgen terug naar huis vliegen beseffen we ons dat het ook zo voorbij kan zijn. We hebben al twee momenten meegemaakt dat het ook heel goed mis had kunnen gaan. Gister op volle snelheid een kuil in, en vandaag reden we een stukje op twee wielen.... waarbij we gelukkig goed neerkwamen.... Morgen willen we consolideren. Een tandje terug nemen. De dag daarna staan er namelijk weer zandduinen op het menu en die willen we zeker niet missen.

Foto: Leon Jansen

Sjamp is met zijn roadbook bezig. Remco en Marcel zijn de Bowler aan het nakijken. Ik ga een band naar Euroaster brengen en dan douchen (ja, je kunt gewoon douchen in het kamp) en naar bed.

Maandag 2 januari, 3e etappe Nador - El Rachidia


Vannacht met de boot naar Marokko gevaren. Mensen die al vaker Dakar hebben gereden zoeken elkaar op en zitten bij elkaar aan tafel. Zo ook de Nederlanders. Sjamp en ik zijn duidelijk nieuwkomers. We zitten samen aan een tafeltje. En verbeeld ik het me, of zie ik ze denken: ‘wie zijn die gasten?’ Sjamp en ik zijn erg trots op onze eerste twee dagen. Van de dertien Nederlandse auto equipes staan we vierde.

We hebben een hut waar we met vier mensen in slapen. Iedereen die wel eens in Afrika is geweest weet dat dit continent een bepaalde geur heeft. Zodra we na een soepele overtocht de Bowler van de boot rijden, ruik ik Afrika. We zijn in Nador, Marokko. Eerst is er 265 kilometer verbindingsroute. Onderweg ontvang ik een sms-je van Linda: een bericht van Bu met de te volgen tactiek voor vandaag. Het wordt een special waarop navigatie van groot belang is. Samenwerken en kalm blijven is het devies! Die raad volgen we op. Momenteel is onze tactiek: niet voluit rijden maar wel zo hard dat we voor de vrachtwagens blijven. De special van 314 kilometer voert ons afwisselend over snelle vlaktes, waar we hele stukken 160 km p/uur rijden en over bergpaden waar je niet harder kan dan 20 km p/uur. We rijden door een maanlandschap.

De route voert voornamelijk over gravelpaden en is doorspekt met wadi’s (drooggevallen rivierbeddingen), die zo hoog zijn dat een auto er in verdwijnt. Je moet hier afremmen, er rustig in en weer uit rijden anders breek je de voorkant van je auto af. We komen een stuk of tien auto’s tegen die dat ook hebben gedaan. Dankzij het goede navigeren van Sjamp rijden we netjes door de wadi’s heen. Sjamp weet ook met het kompas perfect de juiste richting aan te geven waardoor we vandaag een hele goed tijd neerzetten. Onderweg komen we twee controleposten tegen. De organisatie kan met behulp van de IriTrack zien of je de juiste route hebt gereden, en binnen de gewenste intervallen bent gebleven. Als je te hard door de dorpen gaat krijg je boete en een tijdstraf.

Bij de start worden we direct ingehaald door Chris Leyds. Die weet dat het stoffig wordt, en wil ons voorblijven. We halen hem in, en hij ons weer. Vlak voor de finish rijden we in het stof van Chris Leyds een kuil in. Lekke band! Ik vraag aan Sjamp: ‘Hoe ver nog?’ ‘Eén kilometer,’ roept hij. ‘Dan rijden we door,’ zeg ik. ‘Weet je het zeker?’ vraagt Sjamp. ‘Ja!’ zeg ik stellig. Op de finish wijst de official verschrikt naar onze auto: ‘je hebt een lekke band!’ roept hij. ‘Weet ik,’ grijns ik… 

Marcel en Remco repareren vanavond de olielekkages. Vandaag is ook een van de mistlampen kapot gegaan. We hebben geen reserve, en moeten dus gaan leuren bij andere teams. Het kamp is geweldig. Er staan Marokkaanse tenten, met Marokkaanse muziek. Er zijn kampvuren. Het eten van de catering is heerlijk. Petje af hoor voor de organisatie. Vanavond gaan we voor het eerst ons nieuwe tweeseconden tentje opzetten. Het schijnt dat ‘ie inderdaad in twee seconden staat, maar dat het opvouwen nog een hele klus is…

Morgen begint de dag met de zandduinen van El Rachidia. Sjamp en ik kennen deze heftige duinenpartij nog van de Warn Trophy in 1995. Toen wonnen we in een veld van 68 internationale teams de wedstrijd! We doen voor het eerst aan de Dakar mee. We zijn een low budget team. Maar we hebben nooit gezegd dat we niet konden rijden!

Zondag 1 januari, 2e etappe Portimao - Malaga


Namens het hele team wensen wij familie, vrienden, bekenden en iedereen die met ons mee leeft een heel gelukkig nieuwjaar!

Na een verbinding van 68 kilometer startten we vanmorgen om 1056 uur op een technische proef met veel korte bochten en steile afgronden. Ik was snel in mijn ritme en we gingen met een goede gang over het soms modderige, smalle parcours. De totale afstand van de proef was 115 kilometer. De ervaring die we vorig jaar hebben opgedaan tijdens de Baja van Spanje kwam goed van pas. Op het midden gedeelte heb ik even een tandje terug genomen.  En het derde gedeelte zijn we weer voluit gegaan. Sjamp krijgt de manier waarop het franse roadbook moet worden geïnterpreteerd steeds beter in zijn vingers, hij weet het steeds beter in te schatten en we raken steeds beter op elkaar ingespeeld. Remco en Marcel hebben alles weer vastgedraaid.

Het lijkt wel of we worden achtervolgt door onze ruitenwissers. Gister te weinig vloeistof waardoor ik halverwege de proef steeds minder kon zien. Vandaag kreeg ik de ruitenwissers niet meer uit, waardoor ik zo vaak moest sproeien dat alweer halverwege de proef de vloeistof op was ik weer heel weinig zag.  Nou ja, zo gaan we tenminste niet te hard!

Nu naar Malaga, waar Sjamp en ik vannacht met de Bowler oversteken naar Afrika. Remco en Marcel en alle andere assistentievoertuigen vertrekken van een ander punt.  We slapen in de cabine op de boot. Morgenochtend zijn we in Nador, waar 350 km special wacht.

Zaterdag 31 december, 1e etappe Lissabon - Portimao


08.00 uur (09.00 uur voor jullie). Weer geen ontbijt. Wel een hoop Portugees geschreeuw in het hotel. Dat krijg je als je in een aggenebbes hotel zit. We hebben onze race overalls aan, en hebben er heel veel zin in!

Foto: www.hanspeter.nl

De start was overweldigend. Als je naam wordt geroepen rij je het startpodium op en meteen weer af.  Er stonden veel enthousiaste Portugezen bij het startpodium en langs de kant van de weg. De 83 kilometer lange proef startte om 13 uur 18. Het was een technische proef. Met veel modder. En modderbakken waar Grand Bru jaloers op is. We zijn in het begin twee keer ingehaald maar daarna kwam ik in mijn ritme en haalde op mijn beurt vijf auto's in. Halverwege de proef raakte onze ruitensproeier leeg en moest ik door een soort luxaflex de weg zoeken. Vanaf dat moment zijn we het wat rustiger aan gaan doen. Na de race hebben Remco en Marcel de service gedaan. We hadden daardoor geen tijd de auto schoon te maken: die moest weer in het parc fermee. Je moet keuzes maken.

Foto: www.hanspeter.nl

Toen het bij jullie oud en nieuw werd, en bij ons 23.00 uur was, lag ik al te slapen.

Foto: www.hanspeter.nl

Vrijdag 30 december, Lissabon wachten en briefing


Uitgeslapen. Iedereen heeft van zijn nachtrust kunnen genieten nu de auto is goedgekeurd. Vandaag hebben we een vrije dag. We gaan naar de servicetrucks. Remco en Marcel rangschikken hun spullen, zodat ze er onderweg snel bij kunnen. Ik ga naar de stad. Beetje rondkijken. Daar ontmoet ik Kurt en zijn vriendin. Daarna hang ik nog wat rond in het Dakar kamp. Ik ontmoet bekenden, zoals de andere Nederlandse rijders en Thierry Magnaldi, Dakarveteraan en teammaat van Sjamp en mij tijdens de Baja van Spanje, vorig jaar. Ik sta bij toeval, bovenop het nieuws van DAF. Jan de Rooy en consorten worden afgekeurd omdat de homologatie niet klopt. Ik zie de enorme teleurstelling en frustratie op de gezichten van dertig autosporters. Indrukwekkend. Hun team van vijf vrachtwagens pakt de spullen in en gaat naar huis.

Eind van de middag is er een rijderbriefing. Morgen is de start. Er worden één miljoen toeschouwers verwacht. We moeten om 10.30 uur (bij jullie 11.30) in Lissabon over het podium, daarna een verbindingsroute van 186 kilometer afleggen naar de start, waar we twee uur later moeten klaarstaan (voor jullie: 14.00 uur). Daar wordt het startschot gegeven voor de special van 86 kilometer. Met veel modder. Zonde dat er geen modderbanden onder zitten en de Bowler in Parc Fermée staat… Maar goed, met een mix tussen all-terrains en mud-terrains moet het ook lukken… Het zou vooral een lastige special worden voor de bijrijder, maar omdat de motorrijders nog geen roadbook hebben staan er rode pijlen langs de route om de weg te wijzen.

Nog met de hele bups gaan eten en vroeg gaan slapen.

Donderdag 29 december, Lissabon keuring


Om 8 uur op en de mensen van het hotel duidelijk gemaakt dat we om negen uur willen ontbijten. Ze maken daar nu ruzie over in het Portugees. Onze keuringstijd is 16.45 uur. In de hele stad wemelt het van de Dakargangers.

(Foto: Leon Jansen)

Ik maak samen met Remco, de zoon van Sjamp, de auto grondig schoon. Als hij vies is gaan de Fransen zeuren. Sjamp gaat op zoek naar een internationalrijbewijs. Dat lukt niet. Remco en Marcel gaan op zoek naar de Engelse servicevrachtwagen (www.goraid.com) waar ze in meerijden. Die mannen hebben ook de autopapieren van de Bowler (www.bowler-offroad.com) meegenomen. Omdat er een ander motor in zit dan op de papieren staat is iedereen toch wel erg zenuwachtig: wat als we niet worden goedgekeurd? Er is geen tijd om de startmotor en de twee lekkages te verhelpen (bij de motor en het linker achterwiellager). Vlak voor de keuring heerst er een ruzieachtig sfeertje in het team. Iedereen is gespannen.

Om 16.45 uur begint de keuring met een administratief rondje waarbij je twaalf stempels moet verzamelen op een kaart. Ze controleren de autopapieren, of je de borg hebt betaald, je GPS hebt betaald, daarna ontvangen we uitleg over de veiligheid, en wordt er een foto van ons gemaakt voor op site van de Dakar organisatie (www.dakar.com), zo’n foto alsof je de gevangenis ingaat. Daarna krijg je het lang gekoesterde gele bandje om je pols.

(Foto: www.hanspeter.nl)

Dan begint de technische keuring. Ondertussen keuvel ik gezellig met Allard Kalf (RTL7), Olav Mol (Race Report) en Coo Dijkman (De Telegraaf). Drie mannen die ik ken via Bu, de perschef van Circuit Zandvoort. De GPS, IriTrack en Sentinel worden ingebouwd waarna de Bowler de keuringshal in mag. Sjamp papt gelijk aan met de keurmeester. Remco en Marcel helpen de man waar nodig. Hij blijkt jaren Land Rover monteur geweest te zijn. Dat schept een band. Sjamp en ik plakken het wedstrijdnummer (430) op de wagen.

(Foto: www.hanspeter.nl)

Om 22.00 uur zijn we GOEDGEKEURD!!! Na nog wat administratieve rompslomp mag de Bowler in het parc fermée. En kunnen wij met een gerust hart gaan eten. Dit hadden we allemaal even nodig. Het was de laatste hobbel die we moesten nemen. De spanning valt van ons af. Het feest kan nu echt beginnen.

Woensdag 28 december, Murcia (Spanje) – Lisboa (Portugal)


Om negen uur ‘s morgens staat het ontbijt klaar in het hotel van Mike en is er een sponsormeeting met Mike als sponsor van het Off-Road Adventures Rally-Team.

Om elf uur vertrekken we (Hans-Peter, Marcel, Sjamp en ik) via Valencia naar Lissabon (voor de insiders: Nienke en Remco rijden met ons mee, Henry en Monique rijden via Madrid naar Lissabon).

Onderweg repareren we de startmotor, stellen we de schokbrekers af, en verhelpen we een koelingprobleem. Jean-Pierre ijkt zijn GPS en rallycomputer. De Bowler heeft een top van 180 km p/uur bereikt. Het is nu half vijf ‘s middags en Lissabon is nog 700 kilometer van ons verwijderd.

23.00 uur Lissabon (het is hier 1 uur vroeger). We hebben van te voren een hotel geboekt in de oude stad. Wat een oude rotzooi hier. De bomen groeien uit de huizen. Daar is Dakar nog een moderne stad bij. Beetje jaren vijftig sfeertje. Een trammetje op smalspoor dat angstig hard rijdt brengt ons naar een restaurantje waar we Remco en zijn vriendin ontmoeten en een plan de campagne maken voor morgen. Henry en Monique staan op een camping.

Dinsdag 27 december, Grand Bru (België) - Murcia (Spanje)


Om vijf uur ‘s morgens zetten we koers naar het zuiden. De woestijn roept. Voorlopig is het nog een heel eind naar Lissabon. Onderweg sneeuwt het. We meten min acht graden in de Bowler. Pas na Lyon verdwijnt de sneeuw.

Vandaag rijden we 1950 kilometer door België, Frankrijk en Spanje en komen we - na twintig uur onafgebroken sturen - om half vier ‘s nachts aan bij het gezellige hotelletje van Mike, mijn nieuwe compagnon, in Alhama de Murcia. Een aantal teamleden beseft pas vrij laat, dat dit bezoek wel een eindje omrijden betekent!

Maandag 26 December 2005, Wilnis (Nederland) – Grand Bru (België)


Op tweede kerstdag worden we uitgezwaaid door zo’n vijftig man familie, vrienden en sponsors, die naar het kantoor van Off-Road Adventures in Wilnis zijn gekomen om het Off-Road Adventures Rally-Team uit te zwaaien.

Foto: Erwin Versleijen

Sjamp en ik rijden de Bowler zelf naar de start van de Dakar rally in Lissabon. Fotograaf Hans-Peter van Velthoven en monteur Marcel de Man rijden met ons mee in de perswagen - die tijdens de race dienst tevens dienst zal doen als servicewagen voor het team van Henk Hellegers. Monteur Remco van der Vecht vliegt naar Lissabon. Verschil moet er zijn.

De Bowler mag in Nederland niet op de weg rijden en moet tot de grens met België op een trailer. Op de grens rollen we de Bowler het asfalt op en kan het avontuur beginnen. Erwin, die het thuisfront gedurende de rally blijft bemannen, zwaait ons uit en brengt de Zebra met aanhangwagen terug naar Wilnis.

Tijdens de rit naar Lissabon kan de motor worden ingereden. De Bowler heeft geen verwarming. Het sneeuwt en het is bijna niet te harden, zo koud! Om negen uur ‘s avonds komen we - tot op het bot verkleumd - aan op Camping Grand Bru in de Belgische Ardennen – het mooie 4x4 terrein van Off-Road Adventures. Enkelen zijn hierheen gereden om afscheid te nemen. We krijgen een kerstdiner voorgeschoteld van de eigenaren Luc en Mietje: kalkoen met friet. We spuiten de auto af en slapen in het instructeurhuisje.

Wat er aan vooraf ging...


Ik heb me zwaar verkeken op het organiseren van een deelname aan de Dakar rally. Het is alsof je een Everest expeditie aan het organiseren bent. De afgelopen drie maanden ben ik er dag en nacht mee bezig geweest. Het afgelopen jaar had ik twee full-time banen: mijn evenementenbureau Off-Road Adventures en de Dakar rally.

Acht jaar geleden droomden mijn broer Jean-Pierre (Sjamp) en ik al om te gaan. We reden met z’n vieren in de oude Jaguar van Paolo naar Parijs om de perspresentatie van de Parijs-Dakar bij te wonen en schrokken ons rot toen we zagen dat de deelnemers voornamelijk mannen van middelbare leeftijd waren! Nu zijn we bijna tien jaar verder en tja….. Weet je, het is zo’n immens dure rally. Als je jong bent regel je – als gewone jongen – gewoon niet eventjes 150.000 euro. Want dat kost een low-budget deelname voor ons autoteam - inclusief service - al snel.

Sjamp, Erwin Versleijen –werkzaam instructeur bij Off-Road Adventures en onze PR man tijdens dit project - en ik hebben bij zo’n tweehonderd bedrijven presentaties gehouden, om te kijken of we hen konden interesseren voor sponsoring. We hebben voor onze sponsors op beurzen en sponsormeetings gestaan en lezingen gegeven. De monteurs Remco van der Vecht en Marcel de Man hebben (onbetaald!) maanden gesleuteld aan de Bowler. Die hadden we voor 50.000 euro gekocht van Peter R. de Vries en Evert Kroon die er tijdens de vorige Dakar rally een ravijn mee inreden en vier keer over de kop zijn gegaan. Hij moest van de grond af aan worden opgebouwd (zie ook het artikel in de KIJK elders op deze website waarin de strategie achter de opbouw van onze Dakar auto wordt toegelicht). Henry van Vliet is een aantal keer naar Engeland gereden om onderdelen te regelen. Zonder deze zes mensen was dit project nooit van de grond gekomen. Sjamp en ik bedanken Marcel, Remco, Henry en Erwin bij voorbaat voor de bergen die zij hebben verzet.

We hebben de Bowler bij voorbaat moeten verkopen om geld voor de service vrij te maken. Want zonder service haal je de finish niet. Marcel en Remco gaan mee in een vrachtwagen van een Engels team, dat met vijf vrachtwagens meerijdt in de wedstrijd ter ondersteuning van vijf Bowlers. Als wij panne hebben stopt de vrachtwagen, gooit de spullen die we nodig hebben er uit en rijdt door naar het kamp, waar een werkplaats wordt ingericht. Uiteindelijk gaat Hans-Peter van Velthoven mee als fotograaf van het team. Mijn vrouw Linda van Wijk heeft hem ontmoet tijdens de World Solar Challenge in Australië, waar hij hoffotograaf van Nuon was. Hij fotografeert de cd’s van Blof en Kane en zal ook de nodige rock ’n roll plaatjes schieten van het team. Ik zal jullie de details van het hele traject besparen. Maar er zijn ook mensen teleurgesteld en dat was moeilijk.

We hebben meegedaan aan Monaco aan de Maas in Rotterdam, hebben op de BedrijfsautoRAI gestaan, twee testdagen gehouden in Nederland en hebben acte de presence gegeven bij de presentatie van de Nederlandse deelnemers in Valkenswaard en bij de presentatie van de deelnemers van de Benelux in Brussel.

Raoul Jacobs.